Je was oprecht mijn meest ultieme fietsavontuur in Nederland. Vijf dagen lang genoten we van offroad wegen op de grenzen van Limburg. Door Nationale Parken, over prachtige heuvels, langs de Maas, door pittoreske dorpjes en Maastricht én door drie landen, Nederland, België en Duitsland.
Inpakken en vertrekken
Altijd die inpakstress, wat is essentieel als je 5 dagen onderweg bent met diverse weersvoorspellingen. Hoe pak je niet te zwaar en voorkom je tegelijkertijd misgrijpen onderweg. Is één onderbroek genoeg of doen we er toch voor de zeker 2 in je tas. Wanneer draag je nou een onderbroek wanneer je de hele dag op de fiets doorbrengt? De gezichtscrème, zonnebrand en chamois gaan in kleine potjes. Even goed onthouden dus wat waar in zit, anders smeren we straks per ongeluk billencrème op ons gezicht.
We hebben de ruim 500 km van de route opgedeeld in 5 dagen zodat het geen afzien wordt op onze mountainbike, maar vooral genieten van de omgeving. De logeeradressen, voornamelijk via Vrienden op de Fiets, liggen vast. Dat geeft rust en zekerheid. Kristel heeft de routes per dag aangemaakt in Komoot, door ons startpunt hebben we een iets andere verdeling dan voorgesteld wordt op de website van Episch Limburg.
Dag 1: Cuijk – Molenbeersel | 129 km | 132 hm | 6:10 uur
Om 7:00 uur plaats ik de fietsendrager en mtb achterop de auto om Kristel op te halen. Zodra de twee fietsen achterop staan en de bikepacktassen in de achterbak liggen is het tijd om te gaan. Het waait hard (iets met een fietsendrager trauma) dus ik haal pas weer opgelucht adem als we op de parkeerplaats bij van der Valk in Cuijk aankomen. We doen nog even een snelle plaspauze en kleden ons op het toilet om, nu kan ons fietsavontuur beginnen. De fietsendrager gaat achterin en de auto op slot, tot over 5 dagen Mini!
Wanneer je eindelijk rolt, valt direct alle spanning van je af. De route start officieel na 5 km vanaf de brug over de Maas bij Milsbeek. De fietspaden worden al snel verruild voor fraaie gravelpaden in een licht glooiend landschap. We passeren het mooie historische vestingstadje Gennep, strategisch gelegen tussen de Maas en de Niers. We steken opnieuw de Maas over en fietsen verder naar het beneden langs de Maas.

Sneller dan verwacht worden we verrast door het Oorlogsmuseum Overloon. Het blijft bijzonder dat je hier als fietser gratis doorheen mag fietsen. Tijd voor een eerste bakkie fietsbenzine: koffie. Het is al behoorlijk warm rond 12:00 uur maar die eerste 40 km vlogen om, over soepel rollend gravel en groene grasstroken. De soms noodzakelijke kleine stukjes verhard (fiets)pad worden gecompenseerd door verrassend smalle slingerende singletracks in het bos en kruip door, sluip door, houtsingels langs de akkers.
Vanaf Overloon fietsen we het Nationaal Park De Groote Peel in. Een enorm weids en waterrijk hoogveengebied van 1.410 hectare. We fietsen langs heidevelden, zandruggen, stukken bos, kleine en grote waterplassen. Weg van de snelle moderne wereld, door een uitgestrekt gebied met maar weinig autowegen. Omringd door de roep van heel veel vogelsoorten. Ik moet, als fietsende vogelaar, toch eens op zoek naar een kleine verrekijker voor op de fiets.
We hebben te maken met een straf windje vanuit het zuiden, dat haalt het tempo er wel een beetje uit op sommige stukken. Maar hij herinnert ons ook aan de afspraak dat we zouden gaan voor genieten boven snelheid!
In het uit de turf geboren dorpje Helenaveen in de Peel treffen we een verrassend terrasje bij hotel en eetcafé In d’Ouwe Peel. De lunch, een broodje Kortooms: kip met truffelmayo en de grote ijskoffie verbranden we de laatste 50 km nog wel.

We fietsen grotendeels door de natuur en komen weinig tot geen andere mensen tegen op de fiets, wat is het heerlijk rustig hier. We zitten over de 100 km inmiddels hoog tijd voor vlaai want we zijn tenslotte in Limburg. Bij het bord “Wij serveren overheerlijke vlaai op ons terras” knijpen we hard in de remmen om vervolgens te horen dat er geen vlaai meer is.
Na een drankje op het terras fietsen we, enigszins teleurgesteld, verder. We begeven ons ondertussen op de grens tussen Nederland en België. En dan treffen we de eerste grenspaal met de tekst “De grens alleen nog maar een streep”. In Stramproy halen we boodschappen, het is nog maar een klein stukje naar ons eerste logeeradres bij Vrienden op de Fiets. We rijden er enthousiast aan voorbij, terwijl ook de gastheer die buiten in de tuin bezig was niet gelijk door heeft dat wij de fietsers zijn die bij hem geboekt hebben. Hij zegt, “ik heb geloof ik nog nooit mensen op zo’n sportieve fiets ontvangen, zit daar een motortje in?”
Na de korte kennismaking laat hij ons onze slaapplek zien. De fietsen kunnen in een schuurtje achter slot en grendel en wij verblijven in een klein huisje dat vastzit aan de woning van de gastheer. In de laatste zonnestralen drogen we onze, nog even vlug uitgewassen, fietskleding. Nog even de fiets poetsen, de ketting waxen en dan vermoeid, maar voldaan, naar bed.
Meer fietsroutes in Limburg? Je vindt ze hier!
Dag 2. Molenbeersel – Noorbeek | 117 km | 777 hm | 5:57 uur
Na een beetje een onrustige nacht worden we bij onze studio door de gastvrouw verrast met een uitgebreid ontbijt: brood, kaas en vleeswaren, eitje, fruit en yoghurt.
Vandaag hebben we twee doelen: Noorbeek halen en vlaai eten. We vertrekken richting Maastricht. Over stoffige oude verbindingswegen, die misschien wel 100 jaar oud zijn, fietsen we verder langs de grens met Nederland en België. De eerste grenspaal die we vandaag tegenkomen heeft nummer 146. Het aftellen naar nummer 1 is nu echt begonnen. We fietsen, opnieuw grotendeels met tegenwind, steeds zuidelijker langs de Maas door de Maasvallei. Langs Kessnich, een typisch Belgisch Limburgs dorp met een divers natuurgebied gevormd door de Maas en de mens.
Door overstromingen van de Maas werd de bedding telkens verlegd en zo ontstonden er vruchtbare gronden en grote waterrijke gebieden (broeken) waar we door en omheen slingeren met onze fiets. Voordat we bij Berg aan de Maas de pont pakken en de Maas oversteken is het tijd voor vlaai. Keuzestress, maar sharing is caring dus het wordt een halfje citroen-merinque en een halfje abrikozenvlaai.

Na de pont komen we op een lang pad, waar we kunnen kiezen tussen behoorlijk grof gravel en een glad geplaveid fietspad. We zijn de gravelroute aan het doen, dus we stunten en stuiteren voort over de grote stenen. De omgeving begint meer te glooien en links van ons zien we de contouren van de Sint-Pietersberg opdoemen. We naderen Maastricht waar we willen lunchen. In de stad is het druk, we besluiten daarom snel door te fietsen en de rust weer op te zoeken. Na Maastricht beklimmen we de Sint Pietersberg en worden daarna beloond met een snelle afdaling. Sjoef, wat is het prachtig hier!
Sommige paadjes lopen ergens achterlangs of tussendoor, Kristel voorkomt op een smal stuk nog net dat ze in het prikkeldraad belandt. Na wat trappetjes bij de watermolen volgt een eerste pittige klim. Ik start as usual te enthousiast en bluf me glimlachend voorbij een afdalende wandelaar. Om vervolgens, net niet bovenaan, uit te moeten klikken omdat de benen zijn volgelopen.
Het is inmiddels 15:00 uur en hoog tijd voor de lunch. In Kanne treffen we een terrasje waar we onze trek stillen met toast en een gebakken ei. Op het terras dommel ik weg, ik zou zo in slaap kunnen vallen. Dit heb ik nooit, maar het zal de trek, de venijnige klim en de temperatuur zijn. Vandaag is het namelijk echt broeierig warm.
Na het eten hebben we nieuwe energie voor het laatste stuk. We steken het Albertkanaal over en fietsen langs Fort Eben-Emael, een voormalig verdedigingswerk, met ondergrondse gangen en bunkers. Wij klimmen bij het fort weer omhoog naar het plateau van Caestert in België. Waar we boven genieten van prachtige panorama’s en een weids uitzicht over het landschap.

Boven op de berg slaat het weer helaas om, naar onweer en regen. Tussen de houtwallen en in het open veld is dat best een beetje spannend. We besluiten heel even te schuilen en zodra het onweer in geluid afneemt fietsen we verder richting het eindpunt van dag 2, Noorbeek.
In Noorbeek stuiten we op een afsluiting in het dorp, de Meiboomviering vindt plaats. Op een wagen met meerdere grote trekpaarden ervoor ligt de meiboom, ofwel Den van Sint Brigida, die traditioneel gehakt is door een groep ongetrouwde mannen. Hij wordt door hen op het dorpsplein geplaatst en zou vruchtbaarheid en voorspoed voor deze mannen bevorderen. Deze eeuwenoude traditie van het halen van die Den in Zuid-Limburg staat op losse schroeven. Volgens Staatsbosbeheer geeft het jaarlijks kappen van een fijnspar en het verplaatsen hiervan naar het dorp veel schade aan de natuur.
Na de korte omleiding om de stoet heen belanden we vies en modderig bij het hotel. Ik moet even schakelen wanneer ik hoor dat de fiets in een openbaar schuurtje komt te staan, ik ben er echt vreselijk zuinig op. Na hem te hebben gereinigd en gewaxt, zet ik hem met mijn slot vast in het schuurtje. Loslaten maar, het is hoog tijd om zelf te douchen en wat te gaan eten. We belandden in een gezellig restaurantje en na ons eten, Limburgs stoofvlees, lusten we ook nog wel een stuk vlaai als toetje!
Dag 3. Noorbeek – Schinveld | 79 km | 1.111 hm | 4:25 uur
Na het ontbijtbuffet is het tijd om onze fietsen uit de stalling bij het hotel te halen, we knopen alle tassen weer op onze fiets en kijken enorm uit naar deze dag, deze etappe heeft de meeste hoogtemeters van de vijf.

We starten bij grenspaal 23, net buiten Noorbeek, en beginnen direct met klimmen over onverharde veldwegen in het typisch Zuid-Limburgse landschap. In de lucht zweven regelmatig grote buizerds. We komen weinig tot geen andere niet-elektrische fietsers tegen, behalve een enkele gravelaar. Door de regen van afgelopen nacht zijn de klimmetjes nat, soms slippery en nog verder uitgesleten. Ik ben blij met mijn brede noppenbanden. De pittig steile stukjes, soms wel 13%, maken het allemaal nog uitdagender. Wandelaars die naar beneden lopen moedigen ons keer op keer aan en spreken hun bewondering uit. Dalen met tassen is hiernaast ook een kunst. Je gebruikt je dropper niet, dus met slepende remmen en de billen ver achterop het zadel glijden we op de steile stukken naar beneden.
Ergens tussen Vijlen, Epen en Vaals op 260 meter hoogte is het tijd voor onze eerste koffiestop bij Boscafé ’t Hijgend Hert. Hier ontdek ik dat ik mijn fietsslot bij het hotel heb laten liggen. Gelukkig hangen er bij deze berghut sloten die je mag lenen wanneer je daar geniet van een lekker bakkie koffie, terwijl je uitkijkt over de idyllische omgeving en een kleurrijke beestenboel met een vermakelijke pauw.
We fietsen verder door uitgestrekte bossen en belanden via typische holle wegen (diepe en uitgeholde wegen als gevolg van erosie) steeds dichter bij grenspaal nummer 1. De lucht betrekt wanneer we beginnen aan de klim bij het Drielandenpunt.

Boven gekomen schieten we heel snel een plaatje, want het gaat zachtjes aan steeds harder regenen, we besluiten vlug door te fietsen. Fietsend hebben we gelukkig weinig last van de regen, omdat we grotendeels beschut rijden. De ondergrond wordt op sommige stukken opnieuw erg glibberig, maar dat maakt het alleen maar avontuurlijker.

De grenspalen tussen Nederland en Duitsland zijn een stuk minder fraai, zou dit met de geschiedenis te maken hebben? Bij de rivier de Worm bij Rimburg worden we echter verrast door twee grote bronzen schildpadden die aan beide kanten van de brug staan, de oostelijke staat in Duitsland, de westelijke in Nederland. Deze kunstzinnige schildpaddenbrug staat symbool voor de gegroeide vriendschap tussen beiden landen.

Het laatste stuk van de route richting Schinveld gravelen we vlot over schitterende, zachte grindpaden op de Tevenerheide. Een groot natuurgebied waar heide, bossen en vennen elkaar afwisselen. Besmeurd komen we aan bij een hartelijke en bijzonder gastvrije dame uit Maastricht. We mogen onze, echt vreselijk vieze, fietsen afspuiten met de tuinslang. Waarna we onze logeerkamer op de 2e verdieping krijgen te zien en heerlijk kunnen douchen in onze eigen badkamer.
Veel zin en puf om ergens te gaan zitten hebben we niet meer, dus we besluiten een pizza af te halen. Bij de lokale shoarmatent krijgen we te horen dat er altijd knoflooksaus op moet. Zonder mogen we niet vertrekken, dus nemen we de saus braaf mee. Om deze vervolgens vlug weg te gooien in de eerste de beste prullenbak. Brrr, pizza met knoflooksaus, misschien ligt het aan ons. In het laatste beetje zon genieten we van de veel te vette pizza en sluiten dag 3 af.
Dag 4. Schinveld – Arcen | 124 km | 360 hm | 5:49 uur
Na een heerlijk ontbijt met verse aardbeien en earl-grey thee met steranijs, dat blijkt echt een topcombinatie, gaan we goed gevoed weer op weg. We passeren een kabouterbos en aspergevelden waar de asperges nog traditioneel met de hand geoogst worden. We fietsen grotendeels aan de Duitse kant van de grens door uitgestrekte ongelooflijk groene bossen.
De weermannen zitten er vandaag gelukkig naast, het blijft de hele dag droog. Voor een eerste dringende plaspauze stoppen we bij een Café Dancing waar de discobol nog draait en de stamgasten alweer aan hun eerste drankje zitten, op maandagochtend.
Het blijkt een veel bezochte discotheek, Waldelust, voor 50-plussers uit de regio te zijn. Voor filmpjes verwijst de eigenaar ons naar YouTube. Het toilet zit onder de zwarte brandplekken van de peuken, misschien waren de bosjes frisser. Na ons bakkie trappen we snel door.
We fietsen door een voormalig Brits militair oefenterrein en munitiedepot in het Brachter Wald. Sinds het vertrek van defensie is dit een beschermd natuurreservaat. We komen soms weer kilometerslang geen mens tegen. De route heeft overigens een grote overlap met de Geile Strecke. Deze Geile Strecke blijkt precies wat de naam doet vermoeden: een breed en bijna eindeloos lint van grind midden in de natuur. Het doet je fietsershart overlopen van geluk.
Bijna op bestemming doen we nog een drankje bij Graanbranderij de IJsvogel, een ambachtelijke distilleerderij die nog zelf haar alcohol stookt. Bij de koffie krijgen we een klein likeurtje om te proeven.

Rond etenstijd arriveren we op alweer ons laatste logeeradres. Achter het hoge hek bij deze toch wel indrukwekkende villa, met schitterende tuin en zwembad, staan vijf Vizsla Draadhaar honden te stuiteren. De 70 jarige eigenaresse biedt ons aan om gellijk een duik te nemen in het zwembad. Dat we geen bikini bij ons hebben en vies en zweterig zijn vind ze geen probleem. Wat haar betreft duiken we er gelijk in.
Met een druk op de knop schuift ze het doek mechanisch open. En zo zwemmen wij voorafgaand aan het eten een paar baantjes, wat een weldaad en luxe. Na het eten worden ook de fietsen opnieuw schoongemaakt, gewaxt en gestald onder de overkapping. Na de dodenherdenking duiken we vroeg ons bed in.
Dag 5. Arcen – Cuijk | 84 km | 437 hm | 4:17 uur
Wanneer we wakker worden, horen we de regen al tegen de ramen tikken, hondenweer. Gelukkig hebben we geen haast, deze laatste dag staan er niet al te veel kilometers op de planning. Tijdens een uitgebreid ontbijt stellen we het vertrek nog heel even uit. Met de gastvrouw wisselen we verhalen uit over misgelopen relaties, werk en kinderen. Ze blijkt de moeder van een van de meest leuke boer zoekt vrouw deelnemers, Frank, de geitenboer (seizoen 2010/2011). Inmiddels is hij, helaas voor mij, een gelukkig man en vader van een dochter.
Het is hoog tijd, nog één laatste etappe voordat we weer terug zijn in Cuijk. Voor de laatste keer hijsen we de tassen op de fietsen en vertrekken we richting het noorden. De eerste kilometers zijn best nat en fris. Het miezert gestaag door, maar we worden snel warm van het trappen. Als de miezerregen ophoudt blijft de lucht wat grijs, maar het ergste lijkt achter ons te liggen. De ondergrond denkt daar anders over, de vele onverharde paden liggen er nat bij en de modder spat enthousiast tegen onze benen, schoenen en fietsen aan. Binnen de kortste keren zien we eruit alsof we de afgelopen dagen helemaal niets hebben schoongemaakt.
We rijden door het prachtige Nationaal Park Maasduinen. De afwisseling van bossen, heide en zandige paden maakt ook deze laatste dag weer bijzonder. Het landschap voelt anders dan het Zuid-Limburg van een paar dagen geleden. Minder heuvelachtig, maar minstens zo mooi. Misschien kijken we vandaag nog wel bewuster om ons heen omdat we weten dat het avontuur bijna voorbij is. We passeren het kasteel Bleyenbeek uit de 14e eeuw, of althans dat wat ervan over is na een verwoestend bombardement in 1945.

Onderweg warmen we op met een kom uiensoep en trekken we droge kleren aan. Even zitten, de handen om een warme mok en nagenieten van alles wat we de afgelopen dagen hebben gezien. Van de Groote Peel tot de Maasvallei, van de Sint-Pietersberg tot het Drielandenpunt en de uitgestrekte Duitse bossen. Vijf dagen lang waren we vooral bezig met fietsen, eten, slapen en genieten.
De laatste kilometers vliegen voorbij. Bij Mook worden we op het eind nog verrast door een kleine omleiding, maar inmiddels maakt dat weinig meer uit. We zijn ontspannen, hebben tijd genoeg en weten dat de finish dichtbij is.
Wanneer we Cuijk weer binnenrijden, voelt dat ook vreemd. Alsof we veel langer weg zijn geweest dan vijf dagen. Op de parkeerplaats staat de Mini geduldig op ons te wachten. De fietsen gaan weer achterop, de bikepacktassen in de achterbak en we kleden ons om. Daarmee komt een einde aan ruim vijfhonderd kilometer gravel, bospaden, grensovergangen, klimmetjes, afdalingen, vergezichten, veel koffie, vlaai en mooie ontmoetingen. Moe, vies, maar vooral ontzettend gelukkig en tevreden rijden we naar huis. Episch Limburg deed zijn naam méér dan eer aan!